hof-van-egmond-haarlem-br2

Dagopzet werksessie 1

In werksessie I doorloop je de eerste vier stappen van Afwegen in de wijk.

Tip: start de werksessie met een bezoek aan de locatie waar je het tijdens de sessie over gaat hebben. Het gezamenlijk ervaren van de problematiek op de locatie ondersteunt deelnemers tijdens de werksessie in het nadenken over problemen en oplossingen.

Een sessie duurt ongeveer 3,5 uur (exclusief het locatiebezoek). Hieronder vind je een dagopzet die je als kapstok kan gebruiken.

Kennismaking en introductie (9.00 – 9.15)

  • Kort en krachtig: wie zit vanuit welke expertise/rol aan tafel?
  • Waarom Afwegen in de wijk?

Probleeminventarisatie (Stap 1) (9.15 – 10.00)

  • De organisator (of andere direct betrokkene) zet het door hem/haar ervaren probleem in max 5 minuten uiteen. Als je de werksessie niet bent gestart met een bezoek aan de locatie, gebruik dan foto’s tijdens deze pitch.
  • Daarna krijgt elke deelnemer 2 minuten de tijd om op een flip-over of postit’s de door hem/haar ervaren problemen in kernwoorden op te schrijven en aan te geven waarom het een probleem is
  • Schrijf per probleem op wie de probleemeigenaar is
  • Schrijf op welk probleem je het belangrijkst vindt (probleem 1)
  • Elke deelnemer krijgt 2 minuten de tijd om het door hem/haar ervaren probleem te pitchen
  • Maximaal 10 pitches. Gebruik per probleemeigenaar een flipover en laat daar de postit’s onder plakken. Maak groepjes van 2 als er meer dan 10 deelnemers zijn
  • Na elke pitch is er tijd voor 1 of 2 verduidelijkende vragen. Voorkom discussie of het al praten over oplossingen
  • Laat elke deelnemer eigen aantekeningen maken om mee te nemen in Stap 2.

Scherp krijgen van problemen (Stap 2) (10.00 – 10.45)

  • Maak groepjes van 3 of 4 personen. Neem per groepje een aantal post-its mee die bij Stap 1 op de flip-overs zijn geplakt. Scherp deze problemen aan. Probeer het kernprobleem zo scherp mogelijk te formuleren. Wat is precies het probleem? Identificeer gezamenlijk achterliggende problemen en schrijf deze op postit’s;
  • Bespreek of het probleem vanzelf kan oplossen;
  • Bespreek per probleem wie de (hoofd)eigenaar is en omschrijf de aard en omvang (wat is er aan de hand als het probleem niet opgelost wordt?);
  • Gebruik de laatste 15 minuten om de aangescherpte problemen terug te koppelen naar de groep. Stel als sessieleider checkvragen: ‘is het probleem nu scherp genoeg geformuleerd?’, Dekt deze beschrijving van het probleem de lading? Gebruik per probleemeigenaar een flipover en laat daar de postit’s onder plakken. Stap 2 moet per probleemeigenaar een scherpe formulering van zijn/haar kernprobleem opleveren.

Vaststellen basisalternatief (Stap 3) (11.00 – 11.15)

Bespreek gezamenlijk wat er zou gebeuren zonder nieuw beleid of een nieuwe interventie.

Pauze (11.15 – 11.45)

Oplossingenzoektocht (Stap 4) en inventariseren effecten en meerkosten (Stap 5) (11.45 – 12.45)

  • Ga uiteen met dezelfde groepjes (ca. 40 min).
  • Neem per groepje een paar flip-overs mee en maak op de flip-overs drie kolommen (oplossing, effecten, wie ervaart het effect)
  • Denk vanuit verschillende invalshoeken na over oplossingen voor de vastgestelde problemen.
  • Elke groep is verplicht om met een ‘out of the box’-oplossing te komen.
  • Schrijf per oplossing ook op welke effecten je verwacht (2e kolom) en wie de effecten ervaart (3e kolom).

Gebruik de laatste 20 minuten om de oplossingen plenair te ‘pitchen’ en gezamenlijk een eindstand op te maken: waar zit de overlap?

Maak tot slot werkafspraken voor werksessie II.

Klik hier om naar de voorbereiding van de tweede werksessie te gaan.

Download de dagopzet (pdf).